Praktisch

Praktische afspraken in een notendop

Beste leerling(e)

 

 

Hieronder volgt een aantal regels uit het schoolreglement die het samen leven en leren op school willen bevorderen.  Ze zijn ontstaan uit zorg voor een aangenaam schoolklimaat waar iedereen zich thuis kan voelen.  Hopelijk zal je deze regels dan ook als hulp ervaren.  Zo zijn ze immers bedoeld. Wees gerust: fouten maken hoort bij de groei van iedere tiener.  Als het dus eens misloopt, zal je hier vriendelijk op aangesproken worden.  Aangesproken kunnen worden, hoort ook bij het leerproces. 

De eerste schooldag worden deze regels door de klastitularis verder toegelicht. Mocht iets onduidelijk blijven, geen probleem.  Spreek je klastitularis, vakleerkrachten, studiemeesters of iemand van de directie aan. We staan klaar om al je vragen te beantwoorden.

 

1. Over een stijlvolle houding

  • Medeleerlingen spreken we aan met de voornaam.

  • Volwassenen spreken we aan met: “Meneer…, Mevrouw, …”

  • Op school spreken we algemeen Nederlands.

  • We zijn beleefd in de omgang: we spreken niemand aan met snoep in de mond of handen in de zakken. We verzorgen onze houding.

  • Als we het niet met elkaar eens zijn, dan brengen we dit op een respectvolle manier ter sprake.

 

2. Over orde en netheid

  • Gebruik altijd een vulpen voor je schoolagenda, proefwerken, in te dienen taken, overhoringen en strafwerk.  Zo oogt het werk ordelijker.

  • Als je het klaslokaal verlaat, zorg je ervoor dat je klastafel leeg is. Stop je spullen in je rugzak, de kast of de curverbox. We waken er ook over dat er geen papiertjes en ander afval rondslingeren.

  • Jassen en mutsen krijgen een plaats aan de kapstok. Ze horen niet thuis in het klaslokaal.

  • Laat je niet verleiden tot snoepen, eten of drinken in het lokaal of de gangen.  Dit is niet alleen hinderlijk voor je omgeving, ook het poetspersoneel zal je dankbaar zijn.

  • Schrijf niet  in je handboeken, ook niet met potlood.

  • Vul je planningsagenda met grote zorg in.  Het is een officieel document.  Breng op de kaft geen slordige of nietszeggende versieringen aan. 

 

3. Over passende schoolkledij

We gunnen je op school de nodige ruimte om je persoonlijk te kleden. We maken wel een onderscheid tussen school- en vrijetijdskledij. Hou daarom rekening met het volgende:

  • Allen:

Draag geen kledingstukken met schreeuwerige en banale afbeeldingen. Ze trekken misschien op de verkeerde manier de aandacht. 

Draag propere schoenen. Gymschoenen, open schoenen, slippers of schoenen met te hoge hakken (hoger dan 3 cm) laat je thuis. Veters worden geknoopt.

In het schoolgebouw dragen we geen petten, kappen of ander hoofddeksels.

Alleen meisjes kunnen oorbellen dragen. Beperk je echter tot één oorring of oorbel per oor. Piercings kunnen niet.

  • Meisjes:

Je draagt geen te korte rok of bloesje (buik en rug blijven volledig bedekt, de rok komt niet hoger dan één hand boven de knie).

Je draagt geen bovenkledij zonder mouwen, schouders blijven bedekt en je draagt geen diepe decolleté.

Je gebruikt geen opzichtige opsmukproducten

  • Jongens:

Je draagt altijd kousen.

Je draagt geen broeken die de onderbroek zichtbaar laten. De broeksriem hangt minstens op heuphoogte.

Jongens uit de derde graad dragen het hele schooljaar door een lange broek. In de eerste en tweede graad mogen jongens een geklede korte broek dragen.

 

4. Wat je zeker thuis laat

  • Grote geldbedragen, kauwgom, breekmessen, computerspelletjes, rekentoestel mét spelletjes, smartwatch, opzichtige gadgets, rookgerei, shishapennen,…

  • Waardevolle voorwerpen. Portefeuilles en andere waardevolle voorwerpen die je op school nodig hebt, kun je eventueel in bewaring geven op de prefectuur.

  • GSM en Smartphone:

Als je toch een gsm of smartphone meebrengt, zorg dan dat het toestel  opgeborgen blijft. Zo riskeer je niet het toestel te moeten afgeven.  Wanneer het toestel in het klaslokaal lawaai maakt, krijg je een gsm-sanctiebriefje. Als je het toestel in het klaslokaal gebruikt, riskeer je een strafstudie.

  • Ongezonde tussendoortjes zoals chips en aperitiefhapjes, ook niet als traktatie. 

 

5. Tijdens de les

  • Wees op tijd en dus vóór 8.20 uur aanwezig op school (op maandag vóór 8.35 uur). De lessen beginnen om 8.25 uur (op maandag om 8.40 uur). ’s Middags starten de lessen om 13.30 uur. Er wordt een eerste keer gebeld om 13.25 uur.

  • Als de leerkracht binnenkomt, maak je het stil en sta je even rechtop.  Dit is het signaal dat de les start. Het 1ste en 5de lesuur volgt er een kort bezinningsmoment waarna de leraar de inhoud van de les op het bord noteert.

  • Zorg ervoor dat je altijd volgende zaken bij je hebt: schoolagenda, schrijfgerei (vulpen, …), collegepapier en de nodige boeken en notities voor die dag.

  • Volg aandachtig de les.  Wanneer je het lesverloop toch hindert, krijg je een waarschuwing of word je doorgestuurd naar de prefectuur. Bij het verlaten van het lokaal neem je je schooltas mee.

  • Voor een toiletbezoek tijdens de les vraag je vooraf toestemming. Na het toiletbezoek haal je een admittatur aan de receptie.

                                

6. Tussen twee lessen in

  • Zorg ervoor dat je tijdig aanwezig bent in het leslokaal. Bij verplaatsing kom je ten laatste 4 minuten na het belteken op je nieuwe bestemming toe.

  • Als je tussen twee lessen niet van lokaal hoeft te veranderen, kan je rustig praten tot de leerkracht toekomt. Blijf wel op je plaats zitten, niet op een werktafel of vensterbank.

 

7. Buiten de les

  • Uit veiligheidsoverweging vragen we om in de gangen niet te lopen.

  • Maak ten volle gebruik van de drie ruime speelplaatsen. Beweeg voldoende en hang niet tegen de muren.  Rust even uit op de tuinbanken, niet op de grond. Na de middagrefter ben je op dinsdag, donderdag en vrijdag welkom in een groot deel van de tuin. Je kan er sporten, wandelen of gewoon genieten van zoveel groen. In een bepaalde zone mag je ook in het gras neerzitten.

  • Na de korte onderbrekingen zetten de leerlingen van de eerste graad zich in stilte in de rij. De leerlingen uit de tweede en derde graad gaan naar hun leslokaal.

  • Bij hevige sneeuw worden er sneeuwactiviteiten georganiseerd (sneeuwpoppenwedstrijd, sneeuwballen gooien…).  Buiten deze afgesproken momenten mag er uit veiligheidsoverwegingen niet met sneeuwballen gegooid worden. 

 

8. Wat als je afwezig bent? 

  • Breng zo snel mogelijk het onthaal van de school op de hoogte (014 41 30 21).

  • Als je terugkomt naar school, ga je langs bij de prefectuur met een briefje van

- de dokter voor een afwezigheid van 4 dagen of meer

- de dokter voor een afwezigheid net vóór of tijdens een examen of

  deelproef

- een ouder voor een afwezigheid van minder dan 4 dagen.  Je vindt in je

  je schoolagenda de nodige strookjes. 

-    Bij voorziene afwezigheden (bv. rijexamen) vraag je vooraf en schriftelijk de toestemming aan de directeur.  Er wordt dan onderzocht of de afwezigheid gewettigd is. Soms zal je de verloren lestijd als studietijd moeten inhalen.

-    Bij voorziene korte afwezigheden van een lesuur (bv. afspraak bij dokter, orthodontist, …) vraag je vooraf toestemming op de prefectuur met een briefje van je ouder.

 

9. Wat als je te laat komt?

  • Je meldt je aan op de prefectuur. Je krijgt er een admittatur waarmee je naar de les gaat. 

  • Als je geen geldige reden hebt, zal je je de volgende dag bij de prefectuur moeten aanmelden om 8.00 uur of om 8.10 uur.

  • Wie dikwijls zonder geldige reden te laat komt, zal hiervoor een strafstudie krijgen.

 

10. Wat als de leerkracht afwezig is?

  • Als de leerkracht na 5 minuten niet aanwezig is, gaat de eerste aanwezige leerling van het alfabet dit melden aan de receptioniste die dan de vervangleerkracht van wacht zal oproepen.

 

11. Wat als het fout loopt?  

- Op school mag je fouten maken. 

Wanneer we uit onze fouten leren, worden we wijzer en groeien we.

Ook op onze school zijn er afspraken omtrent huiswerk, lange termijnopdrachten, werkstudies, overhoringen- examens en schriftelijke consequenties. Hierover zal je meer vernemen bij het begin van het schooljaar.